In de vroege Middeleeuwen verandert bier van een drank voor barbaren in een drank met een nauwe band met de Kerk. Waar het klimaat ongeschikt was om te leven, mochten priesters bier drinken en zelfs brouwen als vervanger van wijn.
De relatie van de Kerk met bier in de Middeleeuwen is deels te danken aan de belastingvrijstellingen waarvan de kloosters genoten. De monniken hoefden geen belasting te betalen en beschikten over land om zichzelf te voorzien. Sterker nog, in het jaar 817 werd in de stad Aken een concilie gehouden om de productie en consumptie van bier door de geestelijkheid te reguleren.
Het klopt dat in sommige delen van Europa de boeren thuis bier brouwden, maar in het algemeen waren het de monniken in hun abdijen die verantwoordelijk waren voor het bewaren, perfectioneren en populair maken van bier als basisvoedsel. We moeten rekening houden met de onhygiënische omstandigheden, het gebrek aan hygiëne en de ziekten die tijdens een groot deel van de middeleeuwen welig tierden. Water was meestal niet drinkbaar en vormde daardoor een bron van infecties.

We moeten bier zien als een voedingsmiddel met een hoog voedingsgehalte, dat bovendien veilig en goedkoop is. Het koken van het bierwort dient om het te steriliseren; daarnaast is alcohol een krachtig conserveermiddel dat het mogelijk maakt bier te bewaren zonder schadelijke micro-organismen. Het was een perfecte oplossing voor de middeleeuwse samenleving.
Het is waar dat tot de 12e eeuw gruit werd gebruikt om bier te aromatiseren in plaats van hop. Gruit was een mengsel van verschillende kruiden en specerijen dat werd toegevoegd als smaakstof en conserveermiddel. Deze functies vervulde hop beter, en vandaar de popularisering ervan. In 1079 schreef abdis Hildegard van St. Ruprechtsberg over de voordelen van hop in bier.
Sterker nog, Willem IV van Beieren vaardigde in 1516 de Reinheitsgebot, de zuiverheidswet, uit die voorschreef dat bier uitsluitend met water, gerstemout en hop mocht worden gebrouwen. De belangrijkste reden voor deze wet was dat Willem IV van Beieren het monopolie op gerst bezat.

Uit de Middeleeuwen is nog één brouwerij overgebleven, en dat is de oudste nog bestaande ter wereld. De Duitse brouwerij Weihenstephaner, bekend om haar tarwebieren, stamt uit het jaar 1040. In dat jaar verleende de bisschop van Freising de abdij het recht om bier te brouwen.
Het is niet moeilijk te begrijpen hoe deze periode in de geschiedenis bepalend is voor de biercultuur waar we vandaag de dag van genieten. Je hoeft alleen maar te kijken naar abdijbieren of naar de toevoeging van hop.
